Film

The Great Gatsby

Ik had het boek gelezen en graag gelezen en dan is de verfilming bekijken altijd een beetje een risico. Maar toen Baz Lurhmanns Romeo+Juliet uitkwam in 1996, ik was toen 18, was ik verbluft door zijn stijl en het feit dat zijn moderne adaptatie gewoon de oud-Engelse tekst hanteerde.

En dan die muziek. Die ging recht naar mijn jonge en romantische meisjeshart. Ik kon zwelgen in die opzwepende versie van dat toch al fantastische nummer van Prince, dat de tragiek van het liefdesverhaal perfect weergaf.

 

Ik hou wel van een beetje pathetiek in mijn films en muziek. Hoe praktisch en realistisch en ‘down-to-earth’ ik ook mag zijn in het dagelijkse leven, wanneer ik een boek lees of een film bekijk of naar muziek luister, mag het allemaal wel wat grootser. Een vorm van escapisme, zonder mij daarin te verliezen: ik weet perfect wat ‘echt’ is en wat fictie. Maar daarom geniet ik niet minder van wat iemand heeft gecreëerd, ik bewonder hoe sommige mensen, schrijvers, regisseurs, acteurs, muzikanten een wereld kunnen oproepen die precies lijkt weer te geven hoe ik me voel, wat ik mooi vind, waar ik door ontroerd raak.

En Luhrman deed het ook met Moulin Rouge: terug een onmogelijke liefde, terug die theatrale muziek, een universum dat ‘larger than life’ lijkt, maar het natuurlijk helemaal niet is of was.

 

The Great Gatsby dan… De film is ontegensprekelijk van de hand van Luhrmann, maar in de eerste helft is het allemaal een beetje te veel van het goede. De scènes volgen elkaar in zo’n razendsnel tempo op dat ik op mijn honger bleef zitten. Het bleef lange tijd onduidelijk waar de film naartoe wilde. Niet zijn beste film dus, maar de man weet wel welke muziek hij moet kiezen. De zelfverzekerde bombast van Kanye West, de verleidelijke Lana Del Rey en de verstilde melancholie van The XX.

 

Ik behoud voorlopig nog mijn geloof in Baz Luhrmann, al was het maar om zijn wijze raad:

Advertenties