Overpeinzing

Schaduwverdriet

Volgens de gespecialiseerde literatuur: verdriet dat niet als dusdanig wordt erkend door de samenleving, waardoor het noodgedwongen in de schaduw moet blijven.

In mijn geval: verdriet om een verlies dat niet het mijne is, maar dicht genoeg tegen mijn leven aanschurkt om me uit evenwicht te brengen.

Een meisje uit mijn lagere klas pleegt zelfmoord, een moeder en een echtgenote, net zoals ik. Ik durf me niet in te beelden hoe inktzwart de afgrond was die haar naar beneden trok. Haar vastberadenheid om er niet meer te zijn was zo groot dat een leger van hulpverleners en mensen die haar liefhadden er haar niet hebben van kunnen weerhouden.

In diezelfde week: de broer van een vriendin verongelukt. 32 jaar was hij. Op de terugweg van zijn werk. Verpletterend en onomkeerbaar, in enkele seconden tijd is haar leven zoals het was onherroepelijk voorbij. Hij ligt koud en alleen in het funerarium, dat kan ze niet verdragen, ze wil bij haar broer gaan liggen om hem gezelschap te houden.

Het lijkt bijna pervers om verdrietig te zijn, want ik heb toch niemand verloren. Huilen op de begrafenis van iemand die ik niet persoonlijk kende, voelt beschamend, alsof ik aandacht wil trekken, een spektakel wil maken van mezelf. Kijk mij hier eens triestig wezen.

Ik zie haar – nu enig kind – weg stappen achter de traag rijdende witte lijkwagen, belachelijk veel te groot voor dat kleine potje achterin.

Mijn hart jeukt ongemakkelijk, ik kan er niet aan om het weg te krabben.
Ik heb het koud.

Advertenties

Dubbelleven

Sinds ik kinderen heb, is mijn leven ontdubbeld. Ik leef in twee naast elkaar dobberende realiteiten. In de ene is alles concreet en prozaïsch: wie moet er wanneer eten krijgen, wie moet er wanneer waar zijn en hoe krijg ik dat allemaal georganiseerd.

De andere wereld zit helemaal in mijn hoofd, een plek waar ik me kan terugtrekken wanneer ik dat wil. Had ik geen kinderen, ik zou er constant vertoeven, ik ben van nature geen sociaal mens. Ik heb de neiging contact te vermijden en conflicten uit de weg te gaan. Ik telefoneer zelfs niet graag met mensen die ik niet ken, een mail werkt toch even goed? Daar zie ik alles zwart op wit en kan ik vooraf nadenken over wat ik wil zeggen. Met kinderen lukt dat dus niet meer, en dat moet het understatement van het jaar zijn.

De ene minuut zit ik met tranen in de ogen van ontroering, die kinderen van mij zijn ook zo schattig. De natuur heeft hen ook zo gemaakt, met hun mollige wangetjes en lieve lachkuiltjes. Het volgende ogenblik gedragen ze zich als varkens, letterlijk. Kind 3 werd al geweten lege yoghurtpotjes uit de vuilbak te halen om die vakkundig leeg te likken. Ja, ja, zo’n moeder ben ik dus, ik laat dat gebeuren.

Hoofd

De pijn was allesoverheersend, een zwart beest dat zich nestelde in mijn hoofd en alles inpalmde, zoals de pijn die ik later zou voelen bij mijn bevallingen. Ik kon aan niets anders meer denken dan aan dat binnen sijpelende vergif dat me verlamde. Alle verzet bleek machteloos.

Het zwarte beest legde eitjes die zich ontpopten tot angst. Ik werd bang voor de avond, voor het donker, wat als die pijn terug zou komen, wat als het nooit meer zou overgaan.